Eind januari 2010 veroorzaakte publiciteit over het
ernstig gebrek aan kwaliteit van bestaande (gemetselde) kopgevels van
flatgebouwen e.d. enige commotie. Scheidend vakspecialist bouw van de
VROM-inspectie, ir. Erik Kool,
maakte in een interview gewag van een grote gemeente, waarvan het hoofd BWT
vond dat de gemeente aan dit onderwerp geen aandacht hoefde te besteden. De VNG
stelde vervolgens, dat de brief van de VI over dergelijke gevels geen
verplichting voor gemeenten inhield, maar niet meer was dan een advies.
Mijn reactie richting Cobouw
was desgevraagd, dat de artikelen 100 en 1a van de Woningwet duidelijk maken,
dat gemeenten wel degelijk een rol hebben aangaande de bestaande gebouwenvoorraad.
Zelfs veel bouwpartijen, die we vroeger als ‘professioneel’ beschouwden, zoals
woningcorporaties en institutionele vastgoedexploitanten hebben steeds vaker
kennis van de bouw niet meer zelf in huis. Om over de vele Verenigingen van
Eigenaren met hun vooral administratieve beheerders maar te zwijgen… Je kunt
het overgrote deel van de ‘zorgplichtigen’ in de zin van Ww art.1a dan ook als
ondeskundig beschouwen, die alleen als ze daartoe zelf aanleiding zien
expertise inschakelen.
Als je zelf niet ziet of
anderszins merkt dat er iets ernstigs met je bezit aan de hand is, ontbreekt
zo’n aanleiding en kan onwetendheid voortduren tot er ongelukken gebeuren. Tot
dusverre hebben dit soort ongelukken wonder-boven-wonder nog geen dodelijke
slachtoffers gevergd, maar daar kun je bij wijze van spreken nu op wachten. De
materiële schade is echter al zeer aanzienlijk. Zo stortte op 2 januari 2009
een kopgevel aan de Haagse Treublaan in met als gevolg brand in het ketelhuis,
waar de brokstukken op terecht kwamen.

Of het ligt aan de nabijheid
van de (zoute) zee of aan andere oorzaken is niet meteen te zeggen, maar het
onderzoek dat in de gemeente Den Haag is gedaan naar vele ‘verdachte objecten’
heeft in elk geval aan het licht gebracht, dat er veel mis is. Den Haag ging er
na het geval Treublaan stevig tegenaan en vult daarmee de wettelijke rol op een
wijze in die getuigt van bestuurlijke verantwoordelijkheid. Formeel heeft de
VNG natuurlijk gelijk, dat ‘nergens’ staat, dat je als gemeente de zaak net zo
moet aanpakken als Den Haag. Maar op z’n minst zul je in je
handhavingsbeleidsplan bestuurlijk moeten vastleggen hoe je qua prioriteiten,
kennis en capaciteit omgaat met de bestaande gebouwenvoorraad.
Uit onderstaand bericht, dat
Cobouw deze week (2010-05) baseerde op de Nieuwe Loosduinse Krant, blijkt dat
de gemeente Den Haag ook bestuursdwang niet uit de weg gaat:
Den Haag sloopt kopgevel preventief
DEN HAAG - De gemeente
Den Haag laat het buitenblad van de kopgevel van een appartementengebouw aan de
Rigolettostraat in Den Haag slopen. Daarmee wordt het instorten van de gevel
voorkomen. De gemeente schreef de Vereniging van Eigenaren (VvE) aan. De
appartementen uit de jaren 60 staan in de omgeving van de Treublaan, waar een
jaar geleden het metselwerk als een 'baksteenregen' naar beneden kwam. De VvE
vroeg advies aan Ockenburgh Bouwkunde. De spouwankers moesten worden vervangen,
maar er was geen direct gevaar, aldus het adviesbureau. Daar dacht de gemeente
echter anders over. Aannemingsbedrijf BAM heeft in opdracht van de gemeente het
buitenblad inmiddels gesloopt. De kosten worden op de Vereniging van Eigenaren
verhaald, meldt De nieuwe Loosduinse Krant.
Terug naar
het wettelijk kader en hoe daaraan invulling te geven. In juni 2009
organiseerde de Stichting Stapelbouw een symposium in het Bouwhuis (Zoetermeer)
over deze problematiek. Daar mocht ik naast anderen een presentatie over dit
onderwerp verzorgen. Alle presentaties zijn te downloaden via de website http://www.stapelbouw.net/. In de
presentaties vindt u duidelijk beeldmateriaal terug, dat de ernst van de
problematiek onderstreept. Maar ze bieden ook interessante informatie over
oorzaken, gevolgen en herstel. Artikel 1a van de Woningwet citeer ik hier integraal,
waarin de punten die speciaal voor bestaande bouw van belang zijn vet zijn
weergegeven.
Woningwet Artikel 1a
1. De eigenaar van een bouwwerk, standplaats, open erf of
terrein of degene die uit anderen hoofde bevoegd is tot het daaraan treffen van
voorzieningen draagt er zorg voor dat als gevolg van de staat van dat bouwwerk, die standplaats, dat open erf of terrein
geen gevaar voor de gezondheid of
veiligheid ontstaat dan wel voortduurt.
2. Een ieder die een bouwwerk of standplaats bouwt, gebruikt,
laat gebruiken of sloopt,
dan wel een open erf of terrein gebruikt of laat gebruiken, draagt er, voor
zover dat in diens vermogen ligt, zorg voor dat als gevolg van dat bouwen,
gebruik of slopen geen gevaar voor de gezondheid of veiligheid ontstaat dan wel
voortduurt.
Woningwet Artikel 100:
Burgemeester en wethouders dragen zorg voor de
bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens de
hoofdstukken I tot en met IV.
Artikel 100
is van belang omdat dit duidelijk maakt dat artikel 1a (onderdeel van hoofdstuk
I) rekent tot het domein van de bestuursrechtelijke handhaving. Hoe je als
gemeente invulling geeft aan deze wettelijke taak regelt de Woningwet op
hoofdzaken in art.100c dat ingaat op het handhavingsbeleidsplan en de
verslaglegging aan de raad. Vooralsnog heeft de gemeente op dit punt nog veel
beleidsvrijheid, die je strikt formeel kunt invullen op de manier die ik in de
eerste alinea aanhaalde: niets doen. De door VROM in samenspraak met gemeenten
in 2004 voor het eerst uitgebrachte Handreiking handhaven bouwregelgeving doet
echter op z’n minst dringende suggesties inclusief de aandacht voor de
bestaande voorraad. Zie http://www.vrom.nl/pagina.html?id=2706&sp=2&dn=7196
Maatschappelijk
verantwoordelijk handelen, zal de komende jaren, als privatisering van
bijvoorbeeld plantoetsing en bouwtoezicht echt doorzet, voor de gemeente meer
en meer impliceren, dat de aandacht en inzet verschuift naar de bestaande bouw.
Ook andere argumenten zijn daarvoor aan te voeren, zoals het gegeven dat we
bouwen voor een economische afschrijvingsduur van 40 à 50 jaar, maar een
vervangingstempo hanteren waardoor met name woningen gemiddeld 100 jaar mee
moeten. Juist de Bouwbesluiteisen voor Gezondheid en Veiligheid, die specifiek
worden genoemd in art.1a worden daarmee prominenter. Constructieve veiligheid
van zorgelijke funderingen tot en met weggecorrodeerde spouwankers komt dus
hoog op de agenda, evenals het binnenklimaat in woningen en scholen, open
verbrandingstoestellen, enzovoort.