Last onder bestuursdwang moet vooral duidelijk zijn
10-1-2010
In een last onder bestuursdwang moet helder staan wat van de aangeschrevene wordt verwacht, zodat deze de bestuursdwang kan voorkomen. Dat dit niet altijd zo is, bleek uit de zaak over een afvaltransport naar Polen van N/D Recycling BV tegen de VROM.
Het bedrijf N/D Recycling BV in Vlagtwedde (Groningen) had kennisgeving gedaan van het voornemen om tussen 3 december 2007 en 2 december 2008 twintigduizend ton brandbaar afval (met Euralcode 191210) ter nuttige toepassing over te brengen van Essent Milieu in Wijster naar Polen. Op 5 maart 2008 liet de minister van VROM bij beschikking weten hier geen bezwaar tegen te hebben. Op 2 juni 2008 verleende ook de bevoegde autoriteit in Polen toestemming. Aan die toestemming werden voorwaarden verbonden aan onder meer de herkomst, deeltjesgrootte en calorische waarde van de afvalstoffen.
Nadat de afvalstoffen waren getransporteerd, lieten de Poolse autoriteiten half november 2008 weten dat er sprake was van illegale overbrenging. De afvalstoffen zouden niet voldoen aan de voorwaarden bij de toestemming. De bevoegde autoriteit verzocht de minister van VROM ervoor te zorgen dat ongeveer vierduizend ton aan afvalstoffen zou worden teruggenomen. Half maart 2009 riep de bevoegde autoriteit in Polen N/D Recycling BV op om de afvalstoffen binnen dertig dagen terug te nemen.
Voorlopige voorziening
De minister van VROM verzocht het bedrijf vervolgens herhaaldelijk om de betreffende afvalstoffen terug te nemen. Zonder resultaat, zodat de minister in mei 2009 besloot tot het opleggen van een last onder bestuursdwang. Als N/D Recycling BV de afvalstoffen niet zou terugnemen, dan zou het ministerie dit laten verzorgen op kosten van het bedrijf.
Aanvankelijk moest het retourtransport binnen twee werkdagen plaatsvinden, later werd deze begunstigingstermijn verlengd tot en met 12 juni 2009. N/D Recycling was het hier niet mee eens, ging in beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en vroeg om een voorlopige voorziening.
Het recyclingbedrijf betwistte het Poolse standpunt niet; de samenstelling van het afval week af van de informatie op grond waarvan de Polen toestemming hadden verleend. Hierdoor ging de voorzitter van de Raad van State er vanuit dat de minister tegen de illegale overbrenging door N/D Recycling BV kon optreden. Sterker: de minister was ook verplicht gehoor te geven aan het verzoek van de Poolse autoriteit. De beweringen van het bedrijf dat het failliet zou gaan, dat er geen milieubezwaren waren verbonden aan de opslag in Polen, dat Essent eigenlijk verantwoordelijk was en dat het terugbrengen van het afval niet in het belang van het milieu zou zijn, brachten de voorzitter niet op andere gedachten. Dit was dan ook geen aanleiding om het dreigende handhavingsbesluit van VROM te schorsen.
Onduidelijke maatregelen
Maar daarmee was de kous nog niet af. De minister had N/D Recycling een termijn gegund om ‘aan te geven dat zij per direct het terughalen van de afvalstoffen zal aanvangen en binnen afzienbare tijd zal afronden’. Het bedrijf vond dat onduidelijk. Wat moest het nu precies doen om bestuursdwang te voorkomen? De voorzitter was het daarmee eens. Naar zijn oordeel waren de te nemen maatregelen niet zodanig duidelijk omschreven dat er bij N/D Recycling BV geen misverstand kon bestaan over wat er gedaan moet worden om tenuitvoerlegging van de last onder bestuursdwang te voorkomen. Het bestuursdwangbesluit werd daarom alsnog geschorst. Inmiddels is de bestuursdwang tegen N/D Recycling bij beslissing van de minister van VROM op bezwaar bekrachtigd, ditmaal met een duidelijker omschreven last.
Tekst: Jan van den Broek
Bron: Vakblad Handhaving
Klik hier voor meer informatie over handhaving |