Ontvang dagelijks de nieuwsbrief van Omgevingsvergunning!

u bent hier | regelgeving | woningwet | doorbreking aanhoudingsplicht bouwvergunning



Veel gestelde vragen over de Woningwet

Doorbreking aanhoudingsplicht bouwvergunning

Door mr. Nora Kramer

Het nieuwe artikel 50, derde lid, onder b van de Woningwet (Wonw) roept in de praktijk verwarring op. Momenteel ligt er een wetsvoorstel voor het schrappen ervan. Maar wat zijn de gevolgen van het schrappen van dit artikelonderdeel?

Inleiding
Bij de invoering van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) is artikel 50 Wonw gewijzigd door middel van de Invoeringswet Wro van 22 mei 2008. Artikel 50 Wonw geeft een regeling voor het nemen van een beslissing op een bouwvergunninganvraag in situaties waarin een nieuw bestemmingsplan in voorbereiding is. In die gevallen bestaat op grond van het eerste lid de verplichting om de beslissing op de bouwvergunningaanvraag aan te houden, indien er geen gronden zijn om de bouwvergunning te weigeren als bedoeld in artikel 44 van de Wonw. Het nieuwe artikel 50 Wonw maakt het, net zoals het oude artikel 50 Wonw, vervolgens wel weer mogelijk om deze aanhoudingsplicht te doorbreken zodat de bouwvergunning alsnog kan worden verleend.

Oude en nieuwe doorbreking
Onder de vigeur van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) kon de aanhoudingsplicht op grond van artikel 50, vierde lid Wonw worden doorbroken als het bouwplan niet in strijd was met het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan. Ook wanneer het bouwplan wél in strijd was met het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan, kon de aanhoudingsplicht worden doorbroken op grond van artikel 50, vijfde en zesde lid Wonw. Onder het regime van de nieuwe Wro is de doorbreking van de aanhoudingsplicht geregeld in het derde lid van artikel 50 Wonw. In artikel 50, derde lid, onder a is bepaald dat de aanhoudingsplicht kan worden doorbroken indien het bouwwerk niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan. Dit is een vertaling van het oude vierde lid. Tot dusver niets nieuws onder de zon. Maar dan volgt artikel 50, derde lid, onder b. Hierin is bepaald dat de aanhoudingsplicht kan worden doorbroken als het een bouwwerk betreft ten aanzien waarvan artikel 3.10 (gemeentelijk projectbesluit), 3.22 (tijdelijke ontheffing), 3.23 (buitenplanse ontheffing), 3.27 (provinciaal projectbesluit), 3.29 (rijksprojectbesluit), 3.40, 3.41 of 3.42 (projectafwijkingsbesluiten) van de Wro wordt toegepast.

Verwarring
In de praktijk heeft dit onderdeel van artikel 50 Wonw geleid tot vragen en onduidelijkheden. Wat wordt met onder b bedoeld?
Op het eerste gezicht lijkt het - mede gelet op de formulering van onder a - dat bedoeld is dat de aanhoudingsplicht kan worden doorbroken, indien het bouwplan strijdig is met het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan. Dit correspondeert ook met het oude systeem. Met een ontheffing of een projectbesluit zou dan de strijdigheid met het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan worden opgeheven. Onder b kan echter ook worden gelezen als een verduidelijking van de mogelijkheid dat doorbreking van de aanhoudingsplicht ook aan de orde kan zijn wanneer het bouwplan in strijd is met, kort gezegd, het geldende bestemmingsplan. Met een ontheffing of een projectbesluit zou die strijdigheid dan worden opgeheven, waarna een aanhoudingsplicht ontstaat op grond van artikel 50, eerste lid Wonw. De aanhoudingsplicht kan vervolgens met toepassing van artikel 50, derde lid, onder b worden doorbroken.

De Nota naar aanleiding van het verslag bij het Wetsvoorstel Invoeringswet Wro (TK 2006-2007 30 938, p. 18 en p. 19) lijkt de tweede redenering te volgen. In nota staat dat in onder b de mogelijkheid die voorheen in artikel 50, vijfde lid Wonw stond, vertaald is naar het projectbesluit. Dit sluit aan bij de eerste redenering, maar vervolgens staat in de nota dat het hierbij gaat om bouwplannen die afwijken van het geldende bestemmingsplan en waarvoor dit plan buiten toepassing blijft. Dit sluit aan bij de tweede redenering. De memorie van toelichting op de Invoeringswet Wro voegt hieraan verder niets toe (TK, 2006-2007, 30 938, nr. 3).

Schrappen artikel 50, derde lid, onder b Wonw
Aan de verwarring lijkt een einde te komen, nu er een wetsvoorstel ligt waarin wordt voorgesteld om artikel 50, derde lid,  onder b Wonw te schrappen (TK 2008-2009, 31 750, nr. 2, p. 14). In de memorie van toelichting op dit wetsvoorstel staat dat  met onder b niet is bedoeld dat een ontheffing of een projectbesluit nodig is om strijd met het in voorbereiding zijnde  bestemmingsplan op te heffen (TK 2008-2009, 31 750, nr. 3, p. 16). Wat wél wordt bedoeld wordt vervolgens niet duidelijk  aangegeven. De regeling van de doorbreking van de aanhoudingsplicht zal in ieder geval aan duidelijkheid winnen als ‘onder b’ wordt geschrapt. Dit artikelonderdeel kan dus bij nader inzien worden gemist. De gedachte hierachter is dat met de nieuwe Wro de bestemmingsplan- procedure aanzienlijk korter is geworden. Derhalve wordt doorbreking van de aanhoudingsplicht bij strijd met het toekomstige bestemmingsplan niet meer nodig geacht. Het systeem is flexibeler geworden en een bestemmingplan kan sneller aan nieuwe inzichten worden aangepast onder de Wro, zo staat vermeld in de memorie van toelichting op het wetsvoorstel tot schrapping van onder b (TK 2008-2009, 31 750, nr. 3, p. 16). Na schrapping van ‘onder b’, komt artikel 50, derde lid Wonw als volgt te luiden: “In afwijking van het eerste lid kan de bouwvergunning worden verleend indien het bouwwerk niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan“.

Gevolgen schrappen artikel 50, derde lid,
onder b Wonw Het schrappen van ‘onder b’ heeft tot gevolg dat de aanhoudingsplicht alleen nog maar kan worden doorbroken, indien het bouwplan niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan. Het kan dan gaan om een bestemmingsplan waarvan het ontwerp al ter inzage is gelegd. Ook kan het zijn dat alleen nog maar een voorbereidingsbesluit is genomen. Indien het bouwplan in strijd is met het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan, kan de aanhoudingsplicht dus niet meer worden doorbroken. Als een gemeente toch wil meewerken, dan kan dat op twee manieren. In de eerste plaats kan het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan zodanig worden aangepast, dat het aangevraagde bouwplan er wel in past. Of en zo ja, in hoeverre aanpassing nog mogelijk is hangt af van de fase waarin het bestemmingsplan verkeert. Ten tweede kan een nieuw postzegelplan in procedure worden gebracht waarmee het bouwplan wel in overeenstemming is. Voor de volledigheid zij opgemerkt dat, in de situatie dat het nieuwe bestemmingsplan in werking is getreden, de aanhoudingsplicht komt te vervallen en de aanvraag om bouwvergunning als een verzoek om een ontheffing of een projectbesluit moet worden aangemerkt op grond van artikel 46, derde lid Wonw. Als de aanvrager ermee instemt, kan dan ook worden gekozen voor het herzien van het (nieuwe) bestemmingsplan.  Echter, waarschijnlijk is de kans niet zo groot dat gemeenten willen mee werken als het bouwplan in strijd is met het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan (zeker niet in het geval dat het bouwplan wel in overeenstemming is met het geldende bestemmingsplan). Het schrappen van onder b van artikel 50, derde lid Wonw zal daardoor in de praktijk waarschijnlijk weinig gevolgen hebben.

Conclusie
Artikel 50, derde lid, onder b van de Wonw roept verwarring op. Nu dit artikelonderdeel bij naderinzien kan worden gemist onder het regime van de nieuwe Wro, ligt er een wetsvoorstel tot het schrappen ervan. De bestaande verwarring wordt daarmee weggenomen, omdat dan vaststaat dat de aanhoudingsplicht alleen nog maar kan worden doorbroken indien het bouwplan niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan.
Het schrappen van artikel 50, derde lid, onder b Wonw heeft in de praktijk waarschijnlijk weinig gevolgen, omdat een gemeente in de meeste gevallen ook niet zal willen meewerken aan een bouwplan dat in strijd is met het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan. Wil een gemeente toch meewerken, dan zal het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan moeten worden aangepast of een postzegelplan in procedure moeten worden gebracht waarin het bouwplan wel past. Dat is ook logisch gezien het primaat van het bestemmingsplan: het is niet gewenst medewerking te verlenen aan een bouwplan waarvan bij voorbaat al bekend is dat het niet in het nieuwe bestemmingsplan gaat passen. Geconcludeerd kan worden dat de regeling van de doorbreking van de aanhoudingsplicht met het schrappen van onder b duidelijker wordt. Nu is het alleen nog even afwachten of het wetsvoorstel wordt aangenomen.


Bron: Tonnaer Adviseurs 

Klik hier voor meer informatie over de Woningwet



Tip


Repromodule voor het Omgevingsloket Online

Tips!
  Websites
http://vergunningvrij.Omgevingsvergunning.Com. : Alles over het vergunningvrij bouwen onder het Bor
http://wabo.Omgevingsvergunning.Com : De Wabo startsite